Spring naar hoofdinhoud
Museum Amersfoort
Hoe Amersfoorters een onverwachte bijnaam kregen

Hoe Amersfoorters een onverwachte bijnaam kregen

Keientrekkers

Een weddenschap, veel bier en krakelingen

Een enorme kei naar Amersfoort slepen voor bier en krakelingen? In 1661 kregen de Amersfoorters het voor elkaar. Wat begon als een weddenschap, bezorgde de inwoners van de stad een bijnaam die ze ruim 350 jaar later nog altijd dragen: Keientrekkers.

Een bijzondere weddenschap

Het verhaal begint bij Everard Meyster (1617–1679), schrijver van gedichten en toneelstukken. Hij sloot een weddenschap met zijn vrienden. Meyster beweerde dat hij de inwoners van Amersfoort zover kon krijgen om een enorme zwerfkei naar het centrum van de stad te trekken.

De kei lag vermoedelijk bij Soesterberg, zo'n zes kilometer verderop. Met de belofte van bier en krakelingen wist Meyster een groep Amersfoorters enthousiast te krijgen. Samen trokken ze de zware steen helemaal naar de stad.

Van Keientrekker tot geuzennaam

Het verhaal over de bijzondere actie verspreidde zich snel. De Amersfoorters werden uitgelachen en kregen de bijnaam ‘Keientrekkers’. Daar waren ze destijds niet bepaald trots op. De kei werd daarom begraven onder de Varkensmarkt en verdween lange tijd uit het straatbeeld.

Pas in 1903 werd de steen weer opgegraven door de Oudheidkundige Vereniging Flehite. De kei kreeg een ereplaats in de stad.

Wat ooit reden was voor schaamte, werd zo onderdeel van het verhaal van Amersfoort. En de bijnaam? Die bleef. Amersfoorters worden tot op de dag van vandaag Keientrekkers genoemd.

Delen:

Meer verhalen